Verstandelijke handicap
Zoeken
Verstandelijke handicap Mensen met een verstandelijke handicap hebben een aangeboren of later optredende beperking in het intellectueel functioneren, die gepaard gaat met beperkingen in de sociale (zelf)redzaamheid. Internationale classificatiesystemen (ICD-10 en DSM-IV) hanteren de definitie van een verstandelijke handicap van de American Association of Mental Retardation (AAMR) als uitgangspunt. Daarin is de grens van intellectueel vermogen (IQ) van 70 75 aangehouden. Het IQ wordt hierbij gemeten met een intelligentietest.
  Verstandelijk functioneren Bij zeer jonge kinderen is een klinische beoordeling nodig. In de DSM-IV is het niveau van intellectueel functioneren als volgt onderverdeeld (APA, 1994):



* zwakbegaafd: IQ 70/75-85/90;
* lichte verstandelijke handicap: IQ 50/55-70;
* matige verstandelijke handicap: IQ 35/40-50/55;
* ernstige verstandelijke handicap: IQ 20/25-35/40;
* diepe verstandelijke handicap: IQ lager dan 20/25.
Complexe problematiek  De groep mensen met een verstandelijke handicap is zeer heterogeen in ernst en oorzaak van de handicap, leeftijd en bijkomende stoornissen. Bijkomende stoornissen of beperkingen onder mensen met een verstandelijke handicap komen veel vaker voor dan in de open populatie. Het gaat om motorische stoornissen, epilepsie, zintuiglijke stoornissen, psychische problemen en gedragsproblemen.  Voor de toekomst wordt verwacht dat het onderscheid in de mate van de verstandelijke handicap minder belangrijk zal worden. De nadruk zal waarschijnlijk verder verschuiven naar de mate waarin mensen met een verstandelijke handicap (bijvoorbeeld mensen met psychische of gedragsproblemen en meervoudig-complex gehandicapten) een bijzondere ondersteuningsbehoefte hebben (Reiss, 1994).